Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1 advertentie Vliegend Museum Seppe Brussels Air Museum nederlandstransportmuseum.nl aerospacefacts.com tigerformation Stampe

Gordon Emery Chandler, Pilot Officer bij de RAF
2014-11-17 / Adriaan van Rijsbergen

Ter herinnering aan Adriaan van Rijsbergen, een stille kracht achter avianet.eu
Afgelopen maandag, 10 november 2014, overleed Adriaan van Rijsbergen, mijn vader. Zowel tijdens de overgang van avianet.nl naar avianet.eu, als naderhand, heeft hij achter de schermen veel werk verricht voor deze website, bijvoorbeeld het systematisch inscannen van foto's en het omzetten en proeflezen van artikelen.

Geïnteresseerd in luchtvaart en de lokale geschiedenis van de Biesbosch en omstreken, was Adriaan de auteur van een uitgebreid artikel voor de Nieuwsbrief van Vliegend Museum Seppe, begin dit jaar. Hierbij wordt dit artikel gepubliceerd op avianet, ter herinnering aan hem, en aan één van de vele gevallenen van de Tweede Wereldoorlog.

Anton van Rijsbergen,
uitgever/hoofdredacteur avianet.eu

Gordon Emery Chandler, Pilot Officer bij de RAF
Overleden op 13 mei 1940, op de leeftijd van 20 jaar, tijdens een luchtgevecht boven Nederland en neergekomen in het Gat van de Zuiderklip in de Biesbosch, gemeente Made en Drimmelen. Te Made begraven 26 april 1941 op de begraafplaats van de Ned. Herv. Kerk. Pilot Officer (P/O) Chandler was één van de zes-en-tachtig doden en vijf vermisten van het Royal Air Force-personeel die tijdens de mei-dagen in 1940 boven Nederland het leven lieten.

Op 10 mei a.s. is het vierenzeventig jaar geleden dat het Duitse leger Nederland binnen viel. Vroeg in de ochtend kwamen de Duitse vliegtuigen massaal overvliegen, richting Moerdijkse brug, om daar parachutisten te droppen, zoals gelijktijdig op veel andere plaatsen gebeurde. Ook werden veel bombardementen uitgevoerd door bommenwerpers, geëscorteerd door jachtvliegtuigen voor bescherming.


Daar Groot-Brittannië reeds in oorlog was met Duitsland gingen er dringende verzoeken vanuit Nederland naar Londen om steun vanuit de lucht. Reeds in de nacht 10 en 11 mei vielen 36 Britse (RAF) bommenwerpers het vliegveld Waalhaven aan. Op 12 mei vielen RAF vliegtuigen weer verschillende doelen aan met verschillende types vliegtuigen, waaronder vijf Boulton Paul Defiants die alle naar hun basis, in Engeland, terugkeerden. Van de andere 66 Britse vliegtuigen, plus een onbekend aantal Bristol Blenheim bommenwerpers, die bruggen bij Maastricht aanvielen, gingen die dag 21 toestellen verloren.

Op 13 mei voerden zes Defiants, begeleid door zes Spitfires, een patrouillevlucht uit met de opdracht om Duitse troepentransporten aan te vallen langs de Nederlandse kust, ten noorden van Den Haag. Deze Defiant I-jachtvliegtuigen waren ontworpen en gebouwd door de Boulton Paul vliegtuigfabrieken in de Engelse stad Wolverhampton, gelegen nabij Birmingham. Uiterlijk leek de Defiant sterk op het bekende Engelse éénpersoonsjachtvliegtuig van het type Hawker Hurricane. Deze laatste jager had zijn bewapening vast ingebouwd in de vleugels. De piloot richtte zijn toestel op het doel. De Defiant had geen vleugelbewapening, maar op de rug een koepel met mitrailleurs. Een tweede bemanningslid, de boordschutter, bediende dit geschut. Deze geschutskoepel had vier mitrailleurs, die kogels afschoten met een diameter van slechts 7,7 mm. Dit in tegenstelling tot de meestgebruikte Duitse jager, de Messerschmitt Bf 109E, die drie kanonnen had van 20 mm en twee mitrailleurs van 7,92 mm.


De Defiant bleek in de strijd bijzonder kwetsbaar voor aanvallen van de voor- en onderkant en moest het in de strijd afleggen tegen de snellere éénpersoonsjagers van de Duitse Luftwaffe. De Defiant had een Rolls-Royce Merlin III motor van 1030 pk, de Messerschmitt had een Daimler-Benz motor van 1200 pk. De Defiant had een maximum snelheid van 488 km per uur, de Duitse Messerschmitts haalden een maximum snelheid van 570 km per uur. Bovendien was het startgewicht van een Defiant 1122 kilogram hoger dan dat van een Bf 109, dus wat prestaties betreft waren de Defiants veruit de mindere.

De Royal Air Force beschikte bij het uitbreken van de oorlog over twee Squadrons van deze éénmotorige vliegtuigen, waarvan alleen No 264 Squadron in die meidagen operationeel was. In maart en april van 1940 escorteerden deze vliegtuigen konvooien in de Engelse wateren.


Op 10 mei werd dit squadron overgeplaatst naar de basis Duxford, ten zuiden van Oxford. (noot van redactie: "Oxford" moet zijn "Cambridge", met dank aan mevr. Compton-Reimer) Op 12 mei werden patrouillevluchten boven Den Haag en de Nederlandse kust uitgevoerd. In de omgeving van Den Haag schoten drie Defiants, gesteund door zes Spitfires, een Junkers bommenwerper neer en vielen een Heinkel bommerwerper aan, met als resultaat dat er uit beide motoren rook kwam. Hoe het met dit toestel is afgelopen is niet bekend. Na deze aanval werden geen vijandelijke toestellen meer waargenomen. Alle vliegtuigen keerden naar hun basis terug en landden daar ca. 15.30 uur. Toestellen en bemanningen waren geheel ongedeerd.

Rond zeven uur in de avond vlogen drie Defiants over van de basis Duxford naar de basis Martlesham-Heath, dat dichter bij de Engelse oostkust lag. De bemanningen bestonden uit P/O Thomas en boordschutter L.A.C. Bromley in toestel nr. L6958. (L.A.C.= Leading Aircraftman). In toestel nr. L6960 zaten P/O Chandler en L.A.C. McLeish en in toestel nr. L6969 zaten Flight Lieutenant Skelton en P/O Hatfield, de eerste als boordschutter.


In de ochtend van 13 mei, om 4.30 uur, stegen zij op om een patrouillevlucht uit te voeren en vijandelijke transportbewegingen aan te vallen langs de kust ten noorden van Den Haag, samen met nog een sectie van drie Defiants. Tijdens de vlucht werden de zes Defiants geëscorteerd door zes Spitfires. Om 05.15 uur passeerde de formatie de Nederlandse kust 15 kilometer ten noorden van Den Haag, en draaide naar het noorden. De vlieghoogte was toen ongeveer 2000 meter. In de omgeving van IJmuiden werd de formatie beschoten door Nederlands luchtafweergeschut. Na het seinen van de letter van de dag (elke dag was er ter communicatie een letter vrijgegeven die d.m.v. een lamp te seinen was vanuit het vliegtuig) stopten de Nederlanders met vuren, waarna de formatie in een bocht van 180 graden naar het zuiden vloog, nu echter meer landinwaarts.

Vliegend in zuidelijke richting, werd bij Maassluis de formatie opnieuw beschoten, door Duits afweergeschut, waarna opnieuw ontwijkende bewegingen gemaakt werden. Vervolgens draaide de formatie in oostelijke richting, omdat men daar een formatie bombarderende Duitse toestellen waarneemt boven het westelijk deel van de Alblasserwaard. Het blijken Junkers Ju 87 duikbommenwerpers ("Stuka's") te zijn. Welk doel deze Stuka's aanvielen is niet bekend. Er ontstond een hevig luchtgevecht, met name toen Bf 109's van Jagdgeschwader 26, afkomstig van een basis nabij Krefeld, zich in de strijd mengden. Tijdens dit gevecht geraakte de gehele formatie verspreid. Vijf Defiants werden neergeschoten. De Luftwaffe verloor vier Stuka's en een Bf 109.


Volgens de Nederlandse lezing was de eerste Defiant die werd neergeschoten het toestel van Chandler en McLeish (L6960) die neerkwam in de Biesbosch, in het Gat van de Zuiderklip, tussen de polders Moordplaat en de Grote Turfzak. (op het kaartje van de Biesbosch aangegeven met een pijl.) Volgens het Engelse verslag werd in toestel nr. L6969 Skelton dodelijk verwond, waarna Hatfield het toestel met de parachute verliet. Later vertelde Hatfield dat hij een Defiant had zien exploderen. Hij vermoedde dat het toestel van Chandler en McLeish was. Beide bemanningsleden kwamen om het leven voor zij het toestel konden verlaten.

P/O G.E. Chandler en zijn Airgunner Sgt. D.L. McLeish behoorden tot de eerste Engelse vliegtuigbemanningen die omkwamen boven Noord-Brabant toen zij Nederland te hulp kwamen in de meidagen van 1940. Er zijn verschillende lezingen over hoe en waar het stoffelijk overschot van McLeish gevonden is; hij werd in Werkendam begraven op 16 juni 1940.


Bij de berging van het wrak, op 22 en 23 april 1941, bevond het lichaam van Chandler zich nog in, of bij, het wrak. Bij de berging werd onder andere een portefeuille van Chandler aangetroffen. Deze bescheiden werden op 23 april 1941 door kapitein Helmer getoond aan de compagniescommandant te Made, de luitenant Nagel, onder kennisgeving dat ze bij het Rode Kruis te Den Haag gedeponeerd zouden worden. Op 28 april 1941 werden de aangetroffen bezittingen overgedragen aan het Rode Kruis te Den Haag. Of ze nog in de oorlog doorgestuurd zijn naar Engeland is niet bekend.

Het stoffelijk overschot van Chandler is, nadat de dodenschouw door dokter A.J.J. Bouwman te Made was verricht, naar Made vervoerd. Daar is het op de begraafplaats van de Ned. Herv. Kerk, onder leiding van Ds. Oskamp, op 26 april 1941, met militaire eer begraven. Door een deputatie van de Duitse Weermacht, alsmede door kapitein Helmer, werden bloemstukken neergelegd.


Pilot Officer Chandler was een zoon van Alfred Leonard en Mary Gertrude Chandler, Toddington, Bedfordshire, Engeland. In 1950 schreef de vader van Chandler aan de burgemeester van Made en Drimmelen, het volgende (uit het Engels vertaald):

---
Geachte heer,

Ik ben de vader van de overleden P/O Chandler die begraven is op de begraafplaats in uw dorp. Het is al lang mijn wens u te schrijven, om alle mensen te bedanken die zo goed voor zijn graf zorgen. Zijn moeder en ik hebben op foto's gezien hoe netjes het onderhouden wordt en wij zijn u zeer erkentelijk.

Ik heb altijd de hoop gehad dat ik na de oorlog het graf zou kunnen bezoeken maar mijn gezondheid is niet meer zo goed en ik betwijfel of dit nog mogelijk zal zijn. Het was mijn grootste wens om dan iemand te ontmoeten die mij meer kan vertellen over de dood en de begrafenis van mijn zoon, maar er zijn inmiddels tien jaar verstreken sinds mei 1940, en alles kan inmiddels vergeten zijn.

Maar, bovenal, wilden we u laten weten hoe dankbaar wij zijn en we hopen oprecht dat onze zoon kan blijven rusten bij u allen die zo vriendelijk voor hem zijn, en dat zijn graf niet verplaatst wordt naar een Begraafplaats voor Oorlogsslachtoffers. Wij zullen uw goedheid voor onze jongen nooit vergeten.

Ik teken,
Mijnheer de Burgemeester,
Met de meeste hoogachting,

A.L. Chandler
---

Over bezoeken van de ouders aan het graf na 1950 is weinig bekend. De toenmalige koster is inmiddels overleden. Volgens de huidige koster hebben zij na 1950 het graf nog enkele malen bezocht en nogmaals de hoop uitgesproken dat het graf van hun zoon op deze plaats zou blijven.

illustraties:
foto 1: Een Boulton Paul Defiant in de vlucht
foto 2: Een L.A.C. (boordschutter) van No. 264 Squadron op het moment dat hij in de geschutskoepel gaat
foto 3: Een formatie Boulton Paul Defiants in de vlucht
kaart: Toenmalige situatie in de Biesbosch; pijl rechtsboven geeft locatie wrak aan; onderaan kaart, het dorp Drimmelen
foto 4: Het graf van G.E. Chandler op de begraafplaats van de Nederlands Hervormde Kerk te Made (gemeente Drimmelen)


originele tekst en onderzoek:
Adriaan van Rijsbergen

bewerking:
Anton van Rijsbergen